Mevrouw Verdonk toch ......

Minister Verdonk roept weer iets waar ze niet goed over nagedacht heeft. Als het aan haar ligt, mag er op straat alleen nog maar Nederlands gesproken worden. In het kader van de inburgering.
Dat wordt lachen. Hoe denkt mevrouw Verdonk op de naleving van zo'n maatregel te kunnen toezien? Er loopt een agent achter een jong echtpaar in de Kalverstraat.
"Mevrouw, mijnheer, ik hoor dat u geen Nederlands met elkaar spreekt. Dat is hier verboden."
"Beg your pardon?"
"U mag hier geen buitenlandse taal spreken."
"Sorry?"
"U moet Nederlands spreken," zegt de agent met stemverheffing.
"Sorry Sir, we are from Sweden, we don't understand you."
"OOOhh, sorry," zucht de agent. Van een agent die door mevrouw Verdonk op pad gestuurd wordt, mag niet worden verwacht dat hij in het Engels kan antwoorden.
Mevrouw Verdonk, vraagje. Mogen mensen in Kerkrade op straat het plaatselijke dialect spreken? Dat is Nederlands zegt u? Nou, ik kan het niet verstaan in elk geval.
En de Friezen, mogen die op straat Fries met elkaar spreken? Is dat ook Nederlands? Zegt u dat vooral niet tegen de Friezen, want dan heeft u een probleem. De Friezen hebben namelijk een eigen taal. En voor de het recht hun eigen taal te spreken hebben ze gestreden.
Maar nu komt de aap uit de mouw. Uw maatregel geldt alleen voor allochtonen. En Friese allochtonen, mogen die Fries op straat spreken? Maar dan kunt u ze niet verstaan.
Ach mevrouw Verdonk, u heeft gewoon niet zo goed nagedacht over uw ideetje dat u zo spontaan van Rotterdam overnam. Ook in verkiezingstijd is het onverstandig ondoordachte dingen te zeggen.
Mevrouw Verdonk lanceerde haar idee op straat voor een tv-camera. Ik geef haar in overweging na te denken (!) over een verbod op het zeggen van domme dingen op straat.

Paniek

Is dat even schrikken! Blijkt opeens uit onderzoek dat jongeren veel alcohol tot zich nemen. Dat had niemand natuurlijk ooit kunnen vermoeden. Nooit aan gedacht. Paniek dus. Minister Hoogervorst van Volksgezondheid zei in het journaal dat de Nederlandse jongeren de grootste zuipschuiten van Europa zijn. Er moeten maateregelen komen, zei hij. En velen riepen dat in koor met hem mee. Alcoholverkoop aan jongeren onder de 18 verbieden. Breezers moeten uit de schappen van de sujpermarkten verdwijnen.

Nou, daar zullen de jongeren van schrikken, zeg. Ook paniek dus bij de jongeren. Nou kan ik niet meer aan een breezer komen. Kom ik helemaal droog te staan.

Zouden er nu echt mensen zijn in dit land die denken dat het zo werkt? Dat jongeren van die maatregelen opeens minder gaan drinken?

Wie zijn dat toch die mensen die zo in paniek raakten van dit nieuws? Dat zijn de brave veertigers, vijftigers en zestigers. De ouders en grootouders van die jongeren en de politici. Deze brave burgers zouden er goed aan doen eerst hun eigen drinkgedrag eens onder de loupe te nemen.

Dit land telt een miljoen probleemdrinkers, die zich vooral bevinden onder die groep brave burgers. Van alle alcohol die verkocht wordt gaat maar 20% in de horeca over de bar. De rest, 80%) koopt men elders en en wordt thuis genuttigd. Door de jongeren? Nee, natuurlijk niet. Die gaan stappen. Die 80% wordt door de brave ouders en grootouders opgezopen. Die geven het goede voorbeeld. En de politici niet te vergeten. Wat een mooi plaatje was het: de ministers op een zeilboot, heerlijk ontspannend in de zon. De ministers Hoogervorst en Zalm prominent in beeld met een glas bier in de hand. Goed voorbeeld, heren! Daar zou een maatregel tegen genomen moeten worden.

De vorige minister van Volksgezondheid, mevrouw Borst, wilde een wet die de verkoop van alcoholische versnaperingen in bedrijfkantines zou verbieden. De Kamer voelde er niet zo veel voor. De genadeklap voor de wet kwam in een avondlijk Kamerdebat. Een Tweede-Kamerlid merkte op dat hij mevrouw Borst bij het diner in de bedrijfskantine van de Tweede Kamer vlak voor het debat wijn had zien drinken. Exit mevrouw Borst met haar wetsvoorstel.

Wat geven de hard om maatregelen schreeuwende volwassenen een geweldig voorbeeld. En veraasd dat ze zijn over het drinkgedrag van jongeren!

Beste(?), brave(?), volwassen(?) burgers, ik heb een tip voor jullie.

Verbeter het drinkgedrag van de jeugd, maar begin vooral bij de verbetering van uw eigen drinkgedrag.

Kort lontje

Kort lontje

In het Sire-spotje over de korte lontjes horen we een pittige discussie tussen verhitte mensen.

"O, daar hebben we mevrouw!"

"Nou zeg, ik kan ook weer gaan, hoor"

"Door jou zijn we veel te laat!"

Het klinkt allemaal heel boos, maar grove taal gebruiken ze niet.

Op de website van Sire is dit anders. Daar lezen we dit: "Let &%#@*& eens wat beter op *&^*$#!"

De boodschschap van het Sire-spotje is dat onze lontjes te kort zijn. "We hebben soms een iets te kort lontje in dit landje."

Sire houdt ons een spiegel voor. In de hoop natuurlijk dat de lontjes daardoor langer worden.

De vraag is of het ook zo werkt. Wie zichzelf niet herkent in die spiegel, kan aan het spotje in elk geval goede tips ontlenen. Mooie voorbeelden van gekruide, sarcastische uitspraken die je in je eigen leven kunt toepassen.

En de mensen die er wel iets in herkennen? Die zullen toch vooral de korte lontjes herkennen van anderen in hun omgeving. "Ja, die anderen moeten eens wat minder kort voor de wagen staan, want daar erger ik me rot aan!"

Ongetwijfeld zijn er ook mensen die denken: "Misschien moet ik toch eens wat minder gauw boos worden en minder geprikkeld reageren." Maar heeft zo’n voornemen ook succes? Leidt het echt tot minder geprikkeldheid? Die kans is niet erg groot. Ziet u het al voor u? Iemand ergert zich en haalt adem om eens even filnk uit te halen. Dan herinnert hij zich het Sire-spotje. "Ho, ho," denkt hij, "mijn lontje moet langer. Niet reageren. Of in elk geval niet boos."

Het resultaat van de campagne is voorspelbaar: nihil. Het is een poging tot symptoombestrijding die de oorzaak van de korte lontjes niet wegneemt. Daarom blijft zij zonder resultaat. Onze lontjes worden door de Sire-campagne niet langer.

De slogan "We hebben soms een iets te kort lontje in dit landje" is in elk geval leuk. Het lontje heeft inmiddels zijn intrede gedaan in het dagelijks taalgebruik.

Heeft de campagne toch nog wat opgeleverd!

Hoeveel doden vindt Kamp verantwoord?

De Nederlandse regering heeft het voornemen kenbaar gemaakt militairen uit te zenden naar Uruzgan in Afghanistan. Minister Kamp van defensie zei daarover in Nova: "We beseffen dat het in Uruzgan gevaarlijk is, maar vinden het toch verantwoord militairen te sturen."

Dat is een curieuze combinatie van twee mededelingen in één zin. Gevaarlijk is het er inderdaad. Van de Amerikanen die wij in Uruzgan gaan aflossen, verloren er de afgelopen jaren op wekelijkse basis enkele het leven. Toch vindt de Minister het verantwoord onze jongens erheen te sturen. Denkt de minister dat de situatie opeens verandert als de Nederlanders er aantreden? Dat zal toch niet?

Maar waar baseert het het dan op dat het verantwoord is? Gaat hij ervan uit dat er wel doden zullen vallen, maar niet zoveel misschien? We kunnen er zondermeer vanuit gaan dat er slachtoffers zullen vallen. Hoeveel doden vindt de Minister nog verantwoord? En als aan het eind van de missie blijkt dat er 100 Nederlandse militairen omgekomen zijn, vindt hij dan nog steeds dat het verantwoord was? Of zegt hij dat het met terugwerkende kracht gemakkelijk praten is. Want ja, achteraf is het gemakkelijk, zal hij dan zeggen, maar die kennis hadden we toen niet.

Wij weten dat we dan kunnen zeggen dat we die kennis wel hadden.